Probeer op een groter scherm

Om optimaal gebruik te maken van de Aha!-vragengenerator heeft u een groter beeldscherm nodig. Probeer eens op een tablet of laptop. Better yet, het Digibord voor uw klas.

overzicht alle vragen

Welkom bij de Aha!-vragengenerator

Met de Aha!-vragengenerator ontdekken leerkrachten en leerlingen van basisscholen hoe leuk Wetenschap & Techniek en Onderzoekend & Ontwerpend Leren is.

Na een druk op de knop zal er een vraag op het digibord verschijnen waarvan de klas zal denken ‘Hoe zit dit?’. Het antwoord op de vraag ontdekken jullie door een eenvoudig proefje uit te voeren of zelf een oplossing te bedenken. Als het antwoord is gevonden, wordt een verklaring gegeven. Na afloop van de les zullen jullie denken ‘Aha! Zo zit dat dus.’

Overzicht alle vragen

Onder de knop ‘overzicht alle vragen’ kunnen jullie bekijken welke vragen er zijn en ook filteren op verschillende categorieën.

Voor welke groepen

De Aha!-vragengenerator is geschikt voor de groepen 1 t/m 8. Per vraag is aangegeven voor welke groepen de vragen het meest geschikt zijn. Tot en met groep 5 is het handig als de vragen klassikaal behandeld worden. In de bovenbouw kunnen de proefjes ook zelfstandig worden uitgevoerd.

Tijd

Het beantwoorden van een vraag neemt gemiddeld 15 minuten in beslag.

Benodigdheden

Om een antwoord op de vragen te onderzoeken wordt er gebruik gemaakt van materialen die binnen de school en meestal in het klaslokaal aanwezig te zijn.

Op zoek naar meer lesideeën?

Kijk dan op www.techniektalent.nu of volg ons op Pinterest.

Vragen?

Heb jullie zelf vragen die je wel eens behandeld zou willen zien in de AHA!-vragengenerator? Wij horen het graag op info@techniektalent.nu. Ook zijn wij heel benieuwd naar de ervaringen in het klaslokaal met deze korte lessen Wetenschap & Techniek.

Voel je overal hetzelfde?

kies zelf een vraag

Voel je overal hetzelfde?

Dit heb je nodig

  • Twee potloden
  • Een lineaal
  • Een klasgenoot
1

Hoe zoek je dit uit

Ga met twee potloden in je handen achter een klasgenoot staan. Houd de potloden tien centimeter uit elkaar en prik zachtjes even in het midden van de rug van je klasgenoot. Doe dat een paar keer, soms met twee en soms met maar één potlood. Vraag na iedere keer aan je klasgenoot of hij of zij één of twee steekjes voelde. Probeer het daarna nog eens met minder ruimte tussen de potloden, bijvoorbeeld 5 centimeter.

2

Bespreek met elkaar

  • Wat gebeurt er?
  • Hoe denk je dat dit komt?

Aha! Zo zit dat dus...

Je hebt nu iets gedaan wat echte artsen ook doen. Dit noemen ze de ‘twee punten-drempel’. De kans is groot dat degene die je ‘prikte’ niet altijd kon zeggen of je dat deed met een of twee potloden. Dat komt zo. Je voelt dingen als temperatuur, pijn en aanrakingen door de gevoelszenuwen die in je huid zitten. De uiteinden daarvan heten ‘receptoren’. Als je iets aanraakt, of iets of iemand raakt jóu aan, dan sturen de receptoren via de zenuwen informatie naar je brein. Wat voel ik? Is het warm, leuk, gevaarlijk? Maar deze receptoren zijn niet gelijk verdeeld over je hele lijf. In je vingertoppen zitten de meeste: wel honderd stuks per vierkante centimeter. In het midden van je rug zitten er maar een paar. Daardoor kun je daar veel minder ‘nauwkeurig’ voelen. Artsen gebruiken deze methode om te bekijken of de zenuwen van een patiënt misschien beschadigd zijn. Probeer het ook eens op andere plekken, zoals een schouder of een been!